|
Elk ziektebeeld wordt hieronder kort uitgelegd in eenvoudige taal. Een simpele vertaling voor ADHD is: Alle Dagen Heel Druk. Officieel betekenen de letters ADHD: “Attention Deficit Hyperactivity Disorder". In het Nederlands noemen we ADHD "Aandachts-tekort-stoornis met hyperactiviteit". De drie belangrijkste symptomen zijn: 1. aandachts- en concentratieproblemen (snel afgeleid, moeite met luisteren, veel beginnen maar weinig afmaken, chaotisch, vergeetachtig, dingen kwijt raken) 2. hyperactiviteit of overbeweeglijkheid (moeite met stilzitten, altijd bezig zijn, friemelen, tikken, druk praten) 3. impulsiviteit (dingen eruit flappen, in de rede vallen, ongeduldig zijn, zich opdringen aan anderen, bezigheden van anderen verstoren) ADHD is een van de meest voorkomende kinderpsychiatrische stoornissen. Het ontstaat vóór het zevende levensjaar. Zeker drie op de honderd kinderen in België hebben hier last van. Er zijn meer jongens dan meisjes met ADHD. Bij een gedeelte van deze kinderen nemen de klachten in de loop van de jaren af. Ongeveer 30% van hen houdt klachten als volwassene. ADHD wordt vaak behandeld met medicijnen en een vorm van gedragstherapie.
LET WEL! Niet iedereen met ADHD heeft last van alles wat hierboven staat. Dit kan voor iedereen verschillend zijn.
Iedereen is wel eens bang. En dat is maar goed ook, want angst waarschuwt je voor mogelijk gevaar. Als er bijvoorbeeld brand uitbreekt, word je bang en maak je dat je wegkomt. Maar mensen met een angststoornis (ook wel fobie genoemd) kunnen zomaar in paniek raken in situaties waar dat helemaal niet nodig is. Ze gaan zweten, krijgen hartkloppingen, voelen zich benauwd (hyperventileren) en worden misselijk. Dit zijn angst- of paniekaanvallen. Sommige mensen denken zelfs dat ze een hartaanval krijgen, zo naar voelen ze zich. Iemand kan zo schrikken van zo’n paniekaanval dat er weer angst voor een nieuwe paniekaanval ontstaat. Mensen die last hebben van fobieën gaan angstige situaties het liefst uit de weg. Zo’n besluit geeft hen opluchting. Maar uiteindelijk durven ze helemaal niets meer. Angststoornissen zijn goed te behandelen met verschillende vormen van therapie en medicijnen.
LET WEL! Niet iedereen die een angststoornis heeft, heeft last van alles wat hierboven staat. Dit kan voor iedereen verschillend zijn.
Een autistische stoornis kan zich op heel veel verschillende manieren uiten. Zo zijn er mensen met autisme, met een aan autisme verwante stoornis, met het Syndroom van Asperger, met MDD en met PDD-NOS. Dit zijn allemaal namen voor de verschillende vormen van een autistische stoornis. Iemand met een autistische stoornis heeft:
- Een stoornis in het contact met andere mensen. Sommige mensen vermijden elk contact en anderen zoeken juist te veel contact met andere mensen. Het blijft echter altijd een vreemd eenrichtings-verkeer. Er is geen echt contact mogelijk.
- Een stoornis in communicatie en taalgebruik. Veel mensen met een autistische stoornis spreken niet of nauwelijks. Andere praten wel, maar op een vreemde manier (met vreemde stem, vreemde woorden en vaak met veel herhalingen). Sommige praten juist heel veel, maar een echt gesprek is vaak niet mogelijk. Allemaal hebben ze er moeite mee om hun gevoelens onder woorden brengen. Meestal begrijpen ze gebarentaal en gezichtsuitdrukkingen van mensen niet goed.
- Een stoornis in het voorstellingsvermogen. Mensen met een autistische stoornis hebben moeite zich een juiste voorstelling te maken van iets dat niet aanwezig is, van wat er gaat komen of van wat er geweest is. Ze hebben steeds ‘plaatjes’ of eenvoudige teksten nodig om het zich voor de geest te halen. Ze kunnen zich moeilijk ergens op voorbereiden of iets verwerken. Ze hebben een tekort aan fantasie of een teveel aan fantasie, waardoor ze soms heel angstig kunnen worden.
- Opvallend weinig interesses. Mensen met een autistische stoornis zijn vaak slechts geboeid door een of twee voorwerpen, activiteiten of gedachten. Zij blijven hierin hangen en kunnen in herhalingen vervallen. Zo luisteren ze bijvoorbeeld steeds naar dezelfde muziek of praten ze de hele tijd over hetzelfde onderwerp, bijvoorbeeld landkaarten of dinosaurussen.
Een autistische stoornis is niet te genezen. Het is een ‘handicap’ waarmee men moet leren omgaan. De begeleiding is hierop gericht. Aanpassingen in de omgeving van kinderen en volwassenen met een autistische stoornis zijn daarbij erg belangrijk. LET WEL! Niet iedereen die autisme heeft, heeft last van alles wat hierboven staat. Dit kan voor iedereen heel verschillend zijn.
Het is moeilijk te beschrijven wat een borderline persoonlijkheidsstoornis (ook wel borderline genoemd) precies inhoudt. In elk geval is het zo dat iemand met borderline zeer moeilijk is om mee om te gaan, zowel voor zichzelf als voor iedereen uit de omgeving. Iemands gevoelens, gedachten en gedrag kunnen van moment tot moment zo sterk wisselen dat je niet meer weet waar je aan toe bent. Iemand met borderline weet vaak niet wat hij wil, verandert heel vaak van mening en slaat telkens een andere weg in. Een ‘borderliner’ kan bijvoorbeeld impulsief een relatie of vriendschap verbreken of plotseling een baan opzeggen, schijnbaar zonder aanleiding. Vaak zitten mensen met borderline niet goed in hun vel. Ze denken negatief over zichzelf en voelen zich super-onzeker. Ze verwachten steeds dat vrienden hen in de steek zullen laten of dat ze binnenkort wel ontslag zullen krijgen. Om zo’n afwijzing voor te zijn, gaan ze er zelf maar alvast vandoor. Zo kunnen ze heel eenzaam worden. Vaak merkt de buitenwereld helemaal niet dat mensen met borderline zich van binnen zo ‘leeg’ voelen. Onderzoekers hebben ontdekt dat één tot twee op de honderd mensen lijden aan een borderline persoonlijkheidsstoornis. Een groot aantal dus. Er bestaan veel soorten behandelingen. LET WEL! Niet iedereen met een borderline persoonlijkheidsstoornis, heeft last van alles wat hierboven staat. Dit kan voor iedereen heel verschillend zijn. - Dementie en vroeg-dementie
Bij dementie verloopt de manier van denken van mensen niet meer zoals voorheen. Dit kan leiden tot geheugenverlies (veel vergeten, niet meer op woorden kunnen komen, …), moeite hebben om gewone dagdagelijkse dingen te doen (zoals koken, wassen, in de tuin werken, …), veranderingen in gedrag (geïrriteerd, wantrouwend of achterdochtig, agressief), …
Bij dementie wordt automatisch gedacht aan bejaarde en hoogbejaarde mensen. Toch zijn er ook jongere mensen die dement kunnen worden. Dit noemen we dan vroeg-dementie en kan al voorkomen bij 40- en 50-jarigen. Deze dementie treft mensen die nog in de bloei van hun leven zijn. In sommige gevallen gaat men nog werken, heeft men nog kinderen die thuis wonen. Door deze geestelijke achteruitgang kunnen er problemen op het werk, met de partner, met de kinderen, … ontstaan.
Dementie en vroeg-dementie is voorlopig nog niet te genezen. Het is wel belangrijk dat het op tijd ontdekt wordt en dat mensen zich hiervoor laten behandelen door een dokter of psychiater.
LET WEL! Niet iedereen met dementie of vroeg-dementie, heeft last van alles wat hierboven staat. Dit kan voor iedereen heel verschillend zijn.
Mensen die leiden aan een depressie zijn vaak verdrietig en ongelukkig. Ze zijn moe,voelen zich de hele dag droevig, kunnen niet meer goed slapen en hebben nergens meer zin in. Ze vinden de leuke dingen ineens niet meer leuk en blijven daarom soms dagenlang in bed of op de zetel liggen. Ze hebben het gevoel vanbinnen helemaal “leeg” te zijn. Dagelijkse bezigheden zoals boodschappen doen, koken, boterhammen voor school smeren en de vuile kleren wassen zijn niet meer zo vanzelfsprekend. Deze mensen hebben vaak ook lichamelijke klachten, zoals pijn in het hele lichaam. Sommige willen zelfs liever dood zijn en spreken die wens ook uit. Dit is niet makkelijk voor de omgeving om mee om te gaan.
LET WEL! Niet iedereen die een depressie heeft, heeft last van alles wat hierboven staat. Dit kan voor iedereen heel verschillend zijn.
We hebben allemaal al eens het gevoel: ik moet dit doen, anders... Bij mensen met een dwangstoornis houdt die gedachte niet op! Mensen met een dwangstoornis kunnen bijvoorbeeld het huis niet uit voordat ze tien keer hebben gekeken of de deur echt wel gesloten is. Of ze denken voortdurend dat alles wat ze aanraken hen ziek zal maken, dus gaan ze telkens weer hun handen wassen.
Anderen hebben constant vervelende gedachten. Ze zijn er bijvoorbeeld van overtuigd dat ze iemand zullen dood rijden. Terwijl dit helemaal niet zo is.
Mensen met een dwangstoornis zijn zo met hun gedachten bezig dat ze soms nog weinig anders doen.
LET WEL! Niet iedereen die een dwangstoornis heeft, heeft last van alles wat hierboven staat. Dit kan voor iedereen heel verschillend zijn.
Personen die lijden aan een eetstoornis gaan heel veel eten of juist heel weinig als ze zich niet goed voelen (bijvoorbeeld als ze erg verdrietig of boos zijn). Ze denken dat hiermee die lastige gevoelens verdwijnen, maar dat is natuurlijk niet zo. Deze mensen zijn meestal heel dik of akelig mager. Soms voelen ze zich heel dik terwijl ze in werkelijkheid erg mager zijn. Voor de omgeving is dit moeilijk te begrijpen. Ze voelen er zichzelf ook niet goed bij maar slagen er niet in om dit te veranderen. Alles draait bij hen om eten, bijna op elk moment van de dag: wat ze eten, hoeveel ze eten, wanneer ze gaan eten, … Ze zijn bijna met niets anders bezig. LET WEL! Niet iedereen met een eetstoornis heeft last van alles wat hierboven staat. Dit kan voor iedereen heel verschillend zijn.
Een fobie is een abnormaal grote angst voor gewone, alledaagse dingen. Het beperkt mensen in hun normale doen en laten. Ze voelen bijvoorbeeld een grote schrik om op straat boze mensen tegen te komen en durven daarom echt niet meer buiten te komen. Ze voelen zich overal bedreigd. Mensen met een fobie proberen zo veel mogelijk te vermijden om in aanraking te komen met datgene waar ze bang voor zijn. Er bestaan verschillende soorten fobieën. We noemen er een paar: - Sociale fobie: angst om andere mensen te ontmoeten, angst om op straat te lopen.
- Agorafobie: angst om op een plek of in een situatie te zijn waaruit je niet kunt ontsnappen.
- Smetvrees: angst voor vuil te worden of om besmet te raken. Mensen met smetvrees vinden alles maar vies en gaan ook altijd opnieuw hun handen wassen, soms wel vijftig keer per dag! Anderen gaan de hele dag poetsen ook al is het niet vuil.
LET WEL! Niet iedereen met een fobie heeft last van alles wat hierboven staat. Dit kan voor iedereen verschillend zijn.
Mensen die manisch-depressief zijn, hebben afwisselend last van manieën en depressies. Een manie is een toestand van overdreven opgewektheid, zorgeloze blijdschap, en op andere momenten totale rusteloosheid en onbegrijpelijke gedachtesprongen. Iemand die manisch-depressief is, heeft dus periodes van heel goeie en leuke momenten. Ze zijn dan heel blij en actief en denken dat ze de hele wereld aankunnen. Manisch-depressieve mensen kunnen dan heel veel presteren. Ze hebben zo veel energie dat ze veel meer kunnen doen dan anderen, en dat tegen een ongelooflijk snel tempo. Ze lijken wel wezens met ongelooflijke krachten zoals Superman, Harry Potter of Lara Croft. Mensen in een manie hebben het gevoel van: "Ik kan alles en de rest kan niets". Ze denken dat ze zich alles kunnen veroorloven en ze willen ook reageren op alles wat ze in hun omgeving ervaren, op alles wat er gezegd wordt.
Ze kunnen soms heel vrijgevig zijn, zeg maar roekeloos met geld smijten. Geld dat daarom niet altijd beschikbaar is, of misschien aan de kant gehouden werd voor noodgevallen. Maar die leuke periode kan plots omslaan en dan worden ze depressief. De heel actieve en opgewekte periodes, en de droevige periodes komen afwisselend voor en het is niet te voorspellen of die periodes kort of lang zullen duren. LET WEL! Niet iedereen die manisch-depressief is, heeft last van alles wat hierboven staat. Dit kan voor iedereen heel verschillend zijn.
Iemand die lijdt aan een narcistische persoonlijkheidsstoornis heeft een overdreven positief beeld over zichzelf. Zulke personen voelen zichzelf heel belangrijk (in fantasie en gedrag) en overdrijven eigen prestaties en talenten. Zo komen ze erg arrogant over. Ze hebben ook allerlei fantasieën over succes, roem en macht. Ze hebben dit nodig om hun groot gevoel van onzekerheid en hun negatief beeld over zichzelf te verbergen. Deze personen hebben ook een enorme nood aan bewondering, aandacht en bevestiging. Ze kunnen zich moeilijk inleven in anderen en zijn dikwijls jaloers en afgunstig. Dit kan samengaan met agressie of woede. Soms maken ze misbruik van anderen, ze willen dat anderen zich aan hen aanpassen. Ze voelen zich ook snel tekort gedaan of niet gewaardeerd.
Zulke stoornis ontstaat meestal in de jeugd of vroege volwassenheid. De oorzaak kan gezocht worden in misbruik of trauma’s die veroorzaakt zijn door ouders, leeftijdsgenoten of volwassenen in hun kindertijd.
LET WEL! Niet iedereen die lijdt aan een narcistische persoonlijkheidsstoornis heeft last van alles wat hierboven staat. Dit kan voor iedereen verschillend zijn.
Mensen met paranoia zijn heel achterdochtig en vertrouwen niemand. Ze denken bijvoorbeeld dat ze achtervolgd worden door andere mensen die hen willen bedriegen of benadelen en ze hebben zelf weinig respect voor anderen. De relatie met de omgeving is verstoord. Zo is het dus mogelijk dat normaal gedrag, als heel bedreigend voor hen overkomt. Ze denken dat er in een gesprek altijd slecht over hen gesproken wordt, terwijl dat niet het geval is. Iemand met paranoia heeft een uiterst nauwlettende houding, waarbij elk woord bitter gewogen en heel precies onthouden wordt. Die houding maakt ze onrustig, gespannen, terughoudend en heel voorzichtig in het maken van contact met ander mensen, zelfs met jou.
LET WEL! Niet iedereen die paranoia heeft, heeft last van alles wat hierboven staat. Dit kan voor iedereen heel verschillend zijn.
Mensen die een psychose doormaken, kunnen niet meer helder denken, en verliezen het contact met de werkelijkheid. De inhoud van hun gedachten is erg verschillend van wat andere personen denken. Hun gedachten komen niet overeen met wat er in het echt gebeurt, ze zijn heel onvoorspelbaar. Ze hallucineren en hebben waanideeën. Hallucineren betekent eigenlijk dat iemand loopt te dromen en zich zo in die droom meegesleept voelt dat het voor hem allemaal echt is. Die droom is dan de echte wereld waarin zij of hij leeft. Op alles wat er in die droom gebeurt, gaan ze dan ook reageren. Bij hallucinaties zijn de waarnemingen van de zintuigen (het zien, ruiken, horen, proeven en tasten) gestoord. Zo hoort en ziet men dingen die anderen helemaal niet horen of zien. Ze zeggen dan dingen waar je geen idee van hebt waar ze vandaan komen.
Waanideeën zijn gedachten die niet overeenkomen met de realiteit. Deze mensen denken bijvoorbeeld dat ze een belangrijk persoon zijn (een koning of een minister) of dat ze gezocht worden door de politie. Voor andere mensen komt dit heel vreemd en raar over.
LET WEL! Niet iedereen met een psychose heeft last van alles wat hierboven staat. Dit kan voor iedereen heel verschillend zijn.
Bij schizofrenie heeft men gedurende een langere periode last van waanideeën en hallucinaties. Zo kan het moeilijk zijn om een aantal taken, die vroeger zonder enige moeite uitgevoerd werden, nu nog vlot uit te voeren. Ze kunnen vaak erg verward zijn: ze kunnen bijvoorbeeld lachen om iets droevigs en huilen om iets grappigs. Dat wil zeggen dat de gevoelens die ze uiten niet bij de situatie passen. Mensen die aan schizofrenie lijden, doen dikwijls onvoorspelbare en vreemde dingen. Bij hen worden de gedachten beheerst door dingen die eigenlijk helemaal niet belangrijk zijn. Daardoor is het vaak moeilijk om hen te begrijpen, en maken ze een vreemde of bizarre indruk.
Mensen die leiden aan schizofrenie zijn meestal heel verward en hun stemming kan ook sterk wisselen naargelang de situatie. Het is ook mogelijk dat hun bewegingen aangetast worden. Ze kunnen dan gedurende lange tijd één bepaalde houding aannemen of helemaal niet meer bewegen of niet praten. Het is dus vaak heel moeilijk om met hen te praten. Je kan niet raden wat ze voelen of denken. Soms lijken ze heel leeg en stil van binnen, soms bewegen ze niet meer, soms vergeten ze voor zichzelf te zorgen.
LET WEL! Niet iedereen met schizofrenie heeft last van alles wat hierboven staat. Dit kan bij iedereen verschillend zijn.
Bij een verslaving gaat het meestal over verslaafd raken aan alcohol, drugs of medicijnen. Iemand die verslaafd is, kan niet meer leven zonder dat product. Bij een verslaving is de drang (naar bijvoorbeeld alcohol) onbedwingbaar groot. Men moet gewoon een glas drinken. Het gaat het hele leven van de verslaafde en zijn omgeving beheersen. Er is geen plaats meer voor iets anders en er kunnen op die manier veel problemen ontstaan. Bijvoorbeeld, je ouders kunnen niet meer met elkaar omgaan en willen niet meer samenleven, ze kunnen hun werk verliezen of in geldproblemen raken. Ook nog even vermelden dat het bij een verslaving niet alleen gaat om het genot van een glas te drinken, maar eerder om het gevoel dat de persoon krijgt, nadat het glas leeg is en de alcohol in het lichaam zijn werk begint te doen. Alcohol wordt vaak gedronken om dingen te kunnen vergeten.
De meeste middelen die bij een verslaving gebruikt worden, brengen de verslaafde in een toestand waarbij hij/zij zijn gevoelens op een andere manier aanvoelt. Het kan gaan om pijn in het lichaam, waarbij onder invloed van alcohol of drugs je tijdelijk minder pijn voelt, of minder angst voelt. Er wordt helemaal niet stil gestaan bij de nadelige gevolgen die de producten op je lichaam hebben. Het is dus zeker geen oplossing voor welk probleem dan ook.
LET WEL! Niet iedereen die verslaafd is, heeft last van alles wat hierboven staat. Dit kan bij iedereen verschillend zijn.
|