Risico- en beschermende factoren Afdrukken E-mail

 

Kinderen en jongeren die opgroeien bij een ouder met een psychiatrische problematiek lopen als groep een verhoogd risico om zelf psychische of psychiatrische problemen te ontwikkelen. Dit betekent echter niet dat elk kind risico loopt. Dit verschilt van kind tot kind en is afhankelijk van de aanwezigheid (of afwezigheid) van risico- en beschermende factoren bij het kind, de ouders, het gezin en de omgeving.

 

Hoe meer risicofactoren aanwezig zijn, hoe groter de kans op problemen bij het kind. Beschermende factoren kunnen dan weer het risico op problemen verkleinen. Als hulpverlener is het belangrijk deze factoren in kaart te brengen en er de hulpverlenende interventie op af te stemmen.


We zetten de verschillende factoren even op een rijtje.

 

 

1. Risicofactoren


 

Bij het kind

 

  • hoe jonger het kind op het ogenblik dat de ouder problemen stelt, hoe groter het risico

  • het temperament en karakter van het kind

 

  • erfelijke component

 

  • enig kind zijn in het gezin

 

  • lage competentie van het kind

 


Bij de ouder


  • de ernst en chroniciteit van de ouderlijke stoornis

  • de mate waarin de stoornis interfereert met het ouderlijk functioneren

  • comorbiditeit, meer bepaald met een persoonlijkheidsstoornis

  • de moeder die de psychiatrische stoornis vertoont, omdat ze overwegend meer de verzorgende rol ten aanzien van het kind opneemt

  • psychopathologie bij de andere ouder


Bij het gezin en de ruimere context


  • verstoorde hechtingsrelatie tussen ouder en kind

  • verstoorde ouder-kindcommunicatie en – relatie

  • betrokkenheid van het kind in de waanwereld van de ouder

  • ingrijpende veranderingen in het gezinsfunctioneren (instabiliteit op emotioneel, organisatorisch en financieel vlak, rolverschuivingen, minder sociale contacten, …)

  • relatieproblemen tussen de ouders, scheiding

  • separatie van de ouder of plaatsing van het kind

  • lagere socio-economische status van het gezin

  • groot gezin


2. Beschermende factoren



Bij het kind


  • hogere intelligentie, creativiteit, sociale competentie en gedrevenheid

  • scepticisme, zelfstandigheid en objectiverende houding ten aanzien van de ouder

  • makkelijk temperament

  • beschikken over juiste informatie over de ziekte van de ouder

  • interne locus of control, gevoel van eigenwaarde en beleving van competentie

  • begrip en inzicht in zichzelf met betrekking tot de impact die de ziekte van de ouder op het kind heeft

  • positieve schoolervaringen en leerresultaten

  • zichzelf “buiten het gezin kunnen plaatsen” (letterlijk en figuurlijk)

  • zichzelf kunnen troosten


Bij de ouder


  • capaciteit om voor het kind te kunnen (blijven) zorgen, zowel bij de ouder met de psychiatrische stoornis als bij de andere ouder


Bij het gezin en de ruimere context


  • goede band tussen moeder en kind tijdens het eerste levensjaar en een warme relatie met de moeder

  • steunende rol door broers of zussen

  • beschikbaarheid van een empathische vertrouwenspersoon en beste vriend(in) in de kindertijd/jeugd

  • intieme partnerrelatie in de (jong)volwassenheid
 

© Stuurgroep KOPP-Vlaanderen, 2012

Powered by Joomla!