|
- Heb oog voor veranderingen bij het kind
Als betrokkene zal jij snel veranderingen opmerken in het gedrag van het kind. Dit kan bijvoorbeeld zijn: minder zin om te spelen, zich meer afzonderen, minder goed luisteren, terug bedplassen, slechte schoolresultaten, … Wees hiervoor alert en probeer hierover met het kind een gesprek aan te knopen en te achterhalen wat de mogelijke oorzaak is.
- Creëer een mogelijkheid voor een gesprek
Kinderen zullen zelf niet makkelijk met hun zorgen naar iemand toestappen. Wanneer je hiervoor tijd maakt en veiligheid biedt kan er echter heel wat loskomen bij het kind. Net als volwassenen hebben ook kinderen af en toe de behoefte om hun gevoelens en verhalen met anderen te delen.
- Kinderen kunnen er niets aan doen
Kinderen gaan er (te) snel vanuit dat het door hen komt dat mama en papa aan een psychiatrische ziekte lijdt en hierdoor anders is of zich anders gedraagt. Ze zullen geneigd zijn om de schuld op zich te nemen. Benadruk daarom bij kinderen dat zij helemaal geen schuld treffen; zo vermijd je dat zij zich onnodig belasten.
- Indien nodig, zoek samen naar verdere hulp
In sommige gevallen zal professionele en gespecialiseerde hulp en informatie nodig zijn. Bespreek dit met het kind en reik hem/haar de mogelijkheden aan. Zet samen met het kind de stap naar de gespecialiseerde hulpverlening.
- Kinderen moeten kind kunnen zijn
Sommige kinderen dragen thuis een (te) grote verantwoordelijkheid. Ze zorgen bijvoorbeeld voor de kleinere broertjes of zusjes, nemen huishoudelijke taken op zich, troosten de mama of de papa … Kinderen zijn uit zichzelf geneigd zorg te dragen voor de ouder die het moeilijk heeft. Dit gaat soms ten koste van zichzelf. In de eerste plaats blijven zij vooral ook kind. Daarom moeten ze de tijd en ruimte krijgen om echt kind te kunnen zijn. Ze moeten kunnen spelen, kunnen optrekken met vriendjes of vriendinnetjes, leuke dingen doen. Benadruk daarom op tijd en stond het belang van het nemen van ontspanning.
|