Wat is er aan de hand? Afdrukken E-mail

 

Soms heeft de dokter van je papa of mama je al verteld wat er precies aan de hand is.
Uiteraard is dit niet altijd even makkelijk te begrijpen. Als je graag wat meer informatie wil over de ziekte van je mama of papa dan kun je hieronder klikken op de verschillende ziektebeelden. Elk ziektebeeld wordt kort uitgelegd in een heel eenvoudige taal.

 

 


  • ADHD

Iedereen kent wel iemand die ADHD heeft. Maar niet iedereen weet dat ook volwassenen  ADHD kunnen hebben.

Een simpele vertaling voor ADHD is: Alle Dagen Heel Druk. Officieel betekenen de letters ADHD: “Attention Deficit Hyperactivity Disorder". In het Nederlands noemen we ADHD "Aandachts-tekort-stoornis met hyperactiviteit".

Wanneer iemand ADHD heeft, kan je dat merken doordat die heel snel afgeleid is.
Mensen met ADHD hebben moeite met luisteren. Ze lijken altijd met minstens 2 dingen tegelijk bezig te zijn. Ze beginnen aan iets, maar beginnen dan met iets anders. Daardoor maken ze veel  dingen niet af. Ze zijn vergeetachtig, raken dingen kwijt enz …
Soms hebben ze moeite met stilzitten. Ze zijn altijd bezig, ze zijn altijd druk.
Mensen met ADHD flappen er zomaar van alles uit. Ze laten anderen niet uitpraten, ze zijn ongeduldig en storen anderen.
Als mama of papa ADHD heeft dan loopt het thuis nog al eens in het honderd. 

 

LET WEL! Niet alle mama’s of papa’s die ADHD hebben, hebben last van alles wat hierboven staat. Dit kan voor iedereen heel verschillend zijn.

 

 

  • Angst en paniek

Iedereen is wel eens bang. En dat is maar goed ook, want angst waarschuwt voor mogelijk gevaar. Als er bijvoorbeeld brand uitbreekt, word je bang en maak je dat je wegkomt. Mensen die een angststoornis hebben paniekeren in situaties waar dat helemaal niet nodig is. Ze gaan dan zweten, krijgen hartkloppingen, hebben de indruk geen lucht meer te hebben ( hyperventilatie noemen we dat) en worden misselijk. Sommigen denken zelfs dat ze een hartaanval krijgen en dood zullen gaan van de angst. Zo slecht voelen ze zich!
Mensen met een angststoornis zijn altijd op hun hoede voor mogelijk gevaar. Door de angst zijn ze ook de hele tijd erg gespannen. Om deze angst te ontlopen zullen ze ook dingen niet doen. Dat merk je ook bij mensen met een fobie. Door op het woordje “fobie” te klikken krijg je hierover meer uitleg.

 

LET WEL! Niet alle mama’s of papa’s die een angststoornis hebben, hebben last van alles wat hierboven staat. Dit kan voor iedereen heel verschillend zijn.

 

 

  • Autisme

Misschien ken je iemand uit je omgeving waarvan men zegt dat die autistisch is. Ook volwassenen kunnen autisme hebben.

Er bestaan verschillende soorten autisme. Men geeft er ook verschillende namen aan. Je hebt misschien al gehoord van ASS, autisme of het Syndroom van Asperger, enz..
Het is moeilijk om al die soorten te beschrijven. Hieronder staan een aantal dingen die bij veel  mensen met autisme voorkomen.

Mensen met autisme weten niet goed hoe ze op een “gewone” manier contact kunnen hebben met anderen. Daardoor komen ze  “raar” over.

Ze weten niet goed wat je wel en wat je best niet aan anderen zegt. Ze voelen niet wat anderen van hen verwachten. Ze begrijpen niet altijd dat anderen zich anders kunnen voelen dan zij. Dit geeft soms problemen.

Als je met iemand praat dan hoor je niet alleen wat die zegt, maar je kan ook zien hoe die mensen zich voelen.
Je ziet dat aan hoe ze zich gedragen, hoe ze spreken en aan hun gezichtsuitdrukking. Mensen met autisme zien dat niet zo goed. Ze merken bijvoorbeeld niet op dat iemand zich “verdrietig” gedraagt.

Mensen met autisme praten soms anders. Dit wil zeggen: ze gebruiken dezelfde woorden maar ze begrijpen ze dan iets anders. Heel dikwijls verstaan ze woorden “letterlijk”, soms zeggen ze woorden gewoon na. Sommige mensen met autisme spreken niet of bijna niet. Anderen praten wel, maar op een vreemde manier. Allemaal hebben ze er moeite mee om hun gevoelens onder woorden brengen.

Mensen met autisme vinden het niet leuk als dingen veranderen, ze raken dan in de war. Ze voelen zich het best als ze kunnen doen wat ze gewoonlijk doen.

Iemand met autisme kan bijzondere interesses hebben. Ze weten dan heel veel over heel weinig. Ze weten bijvoorbeeld alles over dino’s of over één tv-programma.

 

LET WEL! Niet alle mama’s of papa’s die autisme hebben, hebben last van alles wat hierboven staat. Dit kan voor iedereen heel verschillend zijn.

 

 

  • Borderline

Mensen met een borderline persoonlijkheidsstoornis weten vaak niet goed wat ze willen. Ze veranderen heel vaak van mening. Ze beginnen spontaan aan iets, maar ze houden het niet lang vol. Ze kunnen zomaar breken met iemand die ze graag hebben. Of ze stoppen, zomaar zonder aanleiding, met een leuke job.

Mensen met borderline kunnen heel droevig zijn. Op andere momenten zijn ze heel erg gespannen en worden ze om het minste boos. Kort daarna zijn ze dan weer vrolijk, alsof er niets aan de hand is. Je weet nooit hoe ze zullen reageren.

Ze zijn vaak bang om door anderen in de steek gelaten te worden, daarom testen ze anderen uit. Ze doen heel lastig om te weten hoe ver ze kunnen gaan. Ze eisen heel veel aandacht van de mensen rondom hen op. Ze twijfelen aan zichzelf, vragen zich constant af: “Wie ben ik?”, “Wat wil ik?”, denken negatief over zichzelf.
Soms komt het voor dat ze zichzelf krassen met scherpe dingen. 
Sommige mensen met borderline proberen zelfmoord te plegen.

 

LET WEL! Niet alle mama’ of papa’s met een borderline persoonlijkheidsstoornis, hebben last van alles wat hierboven staat. Dit kan voor iedereen heel verschillend zijn.

 

 

  • Dementie en vroeg-dementie

Bij dementie verloopt de manier van denken van mensen die meer zoals voorheen. Dit kan leiden tot geheugenverlies (veel vergeten, niet meer op woorden kunnen komen, …), moeite hebben om gewone dagdagelijkse dingen te doen (zoals koken, wassen, in de tuin werken, …), veranderingen in gedrag (geïrriteerd, wantrouwend of achterdochtig, agressief), …

Bij dementie denk je misschien automatisch aan bejaarde en hoogbejaarde mensen. Toch zijn er ook jongere mensen die dement kunnen worden. Dit noemen we dan vroeg-dementie en kan al voorkomen bij 40- en 50-jarigen. Deze dementie treft mensen die nog in de bloei van hun leven zijn. In sommige gevallen gaat men nog werken, heeft men nog kinderen die thuis wonen. Door deze geestelijke achteruitgang kunnen er problemen op het werk, met de partner, met de kinderen, … ontstaan.

Dementie en vroeg-dementie is voorlopig nog niet te genezen. Het is wel belangrijk dat het op tijd ontdekt wordt en dat ze zich laten behandelen door een dokter of psychiater.


LET WEL! Niet alle mama’ of papa’s met dementie of vroeg-dementie, hebben last van alles wat hierboven staat. Dit kan voor iedereen heel verschillend zijn.

 

  • Depressie

Iedereen heeft wel eens een sombere bui of is verdrietig en ongelukkig. Bij iemand met een depressie gaat die somberheid niet meer over.

Mensen met een depressie zijn moe, voelen zich de hele dag droevig, kunnen niet goed meer slapen, hebben nergens zin meer in. Sommige mensen met een depressie hebben overal pijn en toch kan de dokter niets vinden.

Gewone dingen zoals de boodschappen doen, koken, boterhammen voor school smeren, een spelletje spelen, kinderen naar de sportclub brengen, enz… lukt niet meer.
Leuke dingen vinden ze niet meer leuk. Soms blijven ze dagenlang in bed of op de zetel liggen en blijven ze zich toch moe voelen. Ze hebben het gevoel vanbinnen helemaal "leeg" te zijn. 
Soms voelen zij zich schuldig omdat “niets meer lukt” en denken ze: “dit gaat nooit meer over, ik wou dat ik dood was....”
Mensen die een depressie hebben, zitten soms gewoon te huilen, zonder dat je weet waarom. Of ze willen wel huilen maar het lukt hen niet en ze blijven de hele tijd droevig voor zich uit staren.

Andere mensen met een depressie zijn juist heel onrustig en ongedurig. Ze voelen zich nergens meer op hun gemak, piekeren vaak, zijn bang, kunnen niet meer zo goed nadenken, vergeten veel, zijn verstrooid en vlugger boos. Piekeren is heel de tijd aan dingen denken die niet leuk zijn of aan dingen denken die je bang of verdrietig maken.

Dikwijls hebben mensen met een depressie geen zijn meer om te eten. Anderen eten juist de hele tijd door, ze worden dan te dik en voelen zich nog slechter.

 

LET WEL! Niet alle mama’s of papa’s die depressief zijn, hebben last van alles wat hierboven staat. Dit kan voor iedereen verschillend zijn.

 

 

  • Dwangstoornis

We hebben allemaal al eens het gevoel: ik moet dit doen, anders ... Bij mensen met een dwangstoornis houdt die gedachte niet op. Mensen met een dwangstoornis kunnen bijvoorbeeld het huis niet uit voordat ze tien keer hebben gekeken of de deur echt wel gesloten is. Of ze denken voortdurend dat alles wat ze aanraken hen ziek zal maken, dus gaan ze telkens weer hun handen wassen. Anderen hebben constant vervelende gedachten. Ze zijn er bijvoorbeeld van overtuigd dat ze iemand zullen doodrijden, terwijl dit helemaal niet zo is.
Mensen met een dwangstoornis zijn zo met hun gedachten bezig dat ze soms nog weinig anders doen.

 

LET WEL! Niet alle mama’s of papa’s die een dwangstoornis hebben, hebben last van alles wat hierboven staat. Dit kan voor iedereen verschillend zijn.

 

 

  • Eetstoornis

Iedereen is wel een beetje met eten bezig. Dit is heel gewoon. Mensen die een eetstoornis hebben gaan ofwel heel veel of juist heel erg weinig eten.

Te veel eten noemen we Boulimia Nervosa (vraatzucht). Iemand die een boulimie “aanval” heeft, eet alles zonder te proeven op. Ook al heeft hij/zij al lang geen honger meer, hij/zij blijft eten. Ze proppen zichzelf soms uren aan een stuk door vol. Daarna voelen ze zich erg slecht. Sommige mensen met boulimie proberen dan te braken of nemen pillen om niet dikker te worden. Na zo’n eet/vreetbui schamen ze zich. Ze voelen zich ook schuldig omdat ze weer zoveel gegeten hebben.

Te weinig eten noemen we Anorexia Nervosa (magerzucht). Iemand die anorexia heeft is doodsbang om dik te worden. Ook al zijn ze echt “echt” niet dik, iemand met anorexia ziet dat niet en is er zeker van dat hij of zij té dik is. Alles draait bij hen om eten, bijna op elk moment van de dag. Wat ze eten, hoeveel ze eten, hoeveel ze kunnen verdikken, wanneer ze gaan eten, … Ze zijn bijna met niets anders bezig. Ze willen dit wel veranderen maar het lukt niet.

 

LET WEL! Niet alle mama’s of papa’s met een eetstoornis hebben last van alles wat hierboven staat. Dit kan voor iedereen verschillend zijn.

 

 

  • Fobie

Iedereen heeft wel iets waarvoor hij of zij bang is. Iedereen is ook wel eens ongerust dat er iets zal fout lopen. Angst, bang zijn voel je ook in je lichaam. Je zweet, je hart gaat sneller kloppen, je kan het gevoel hebben dat je niet meer kan bewegen, dat je geen adem meer hebt. Bang zijn is niet leuk, maar het gaat wel weer over!

Als iemand een fobie heeft dan is die bang voor gewone, alledaagse dingen. Voor dingen waarvan iedereen weet dat je er niet bang voor hoeft te zijn. Mensen met een fobie doen er alles aan om niet in aanraking te komen met datgene waar ze bang voor zijn. Daardoor kunnen ze andere, gewone dingen, niet meer doen.

Er bestaan verschillende soorten fobieën. We geven een paar voorbeelden :

- Sociale fobie = angst om andere mensen te ontmoeten.
Mensen met een sociale fobie zijn bang om met andere mensen te praten.
Ze zijn ongerust over wat anderen over hen zeggen. Ze zijn er zeker van dat iedereen slecht over hen denkt. Ze durven nergens meer naartoe uit schrik om met anderen te moeten praten.


- Agorafobie = is angst om je veilige vertrouwde plaats te verlaten.
Iemand die agorafobie heeft, durft niet meer buiten komen. 
Die kan dus niet meer naar de winkel, het werk, de turnclub van zoon of dochter, ...


- Smetvrees = angst om vuil te worden of besmet te geraken.
Mensen met smetvrees vinden alles maar vies en gaan voortdurend hun handen wassen, soms wel vijftig keer per dag!
Anderen gaan de hele dag poetsen, ook al is het niet vuil.

 

LET WEL! Niet alle mama’s of papa’s met een fobie hebben last van alles wat hierboven staat. Dit kan bij iedereen verschillend zijn.

 

 

  • Manisch-depressief

Iedereen heeft wel een keer een superdag en iedereen heeft wel eens een rotdag.

Mensen met een manische depressie zijn soms dagen na elkaar super, super opgewekt = manisch en daarna dagen na elkaar super somber = depressief. De sombere en opgewekte perioden wisselen elkaar heel de tijd af. Het humeur van iemand met een manische depressie kan heel snel omslaan, heel snel wisselen. Daarom heeft men het ook al een keer over stemmingswisselingen.

Hoe lang een stemming zal duren weet niemand. Soms duurt een vrolijke, manische periode een hele tijd, soms slaat ze heel vlug om naar een sombere, depressieve periode.
Je kan ook niet op voorhand weten of de periodes kort of lang zullen duren.
Mensen met een manische depressie reageren ook vaak heel extreem (= overdreven) vrolijk of somber op gewone situaties.

Iemand die manisch is kan heel opgewekt en druk zijn, veel praten, veel plannen maken, veel dingen doen, weinig slapen, opgewonden en vrolijk zijn. Maar die kan ook prikkelbaar en vlug boos zijn. Je kan ze gewoon niet meer volgen, ze razen door het leven.
Ze hebben zo veel energie dat ze veel meer kunnen doen dan anderen en dat tegen een ongelooflijk snel tempo. Ze lijken wel wezens met ongelooflijke krachten zoals superman.
Ze kunnen heel vrijgevig zijn, zeg maar heel veel geld uitgeven, zonder dat ze erbij nadenken of ze dit geld niet voor iets anders nodig hebben.  Plots kan die “manische” periode omslaan en worden ze heel erg depressief. Wat dat betekent kan je lezen onder “depressie”.

 

LET WEL! Niet alle mama’s of papa’s die manisch-depressief zijn, hebben last van alles wat hier boven staat. Dit kan voor iedereen verschillend zijn.

 

 

  • Narcisme

Iemand die lijdt aan een narcistische persoonlijkheidsstoornis heeft een overdreven positief beeld over zichzelf. Zulke personen voelen zichzelf heel belangrijk (in fantasie en gedrag) en overdrijven eigen prestaties en talenten. Zo komen ze erg arrogant over. Ze hebben ook allerlei fantasieën over succes, roem en macht.
Ze hebben dit nodig om hun groot gevoel van onzekerheid en hun negatief beeld over zichzelf te verbergen.
Deze personen hebben ook een enorme nood aan bewondering, aandacht en bevestiging. Ze kunnen zich moeilijk inleven in anderen en zijn dikwijls jaloers en afgunstig.  Dit kan samengaan met agressie of woede.
Soms maken ze misbruik van anderen, ze willen dat anderen zich aan hen aanpassen. Ze voelen zich ook snel tekort gedaan of niet gewaardeerd.

Zulke stoornis ontstaat meestal in de jeugd of vroege volwassenheid. De oorzaak kan gezocht worden in misbruik of trauma’s die veroorzaakt zijn door ouders, leeftijdsgenoten of volwassenen in hun kindertijd.

LET WEL! Niet alle mama’s of papa’s die lijden aan een narcistische persoonlijkheidsstoornis hebben last van alles wat hierboven staat. Dit kan voor iedereen verschillend zijn.


  • Paranoia

Iedereen is wel een keertje achterdochtig en denkt: “wat zou die van mij willen?”. Mensen met paranoia vertrouwen bijna niemand meer. Bij alles wat iemand doet of zegt, denken ze dat die hen kwaad wil doen. Een voorbeeld: iemand heeft paranoia en denkt dat anderen hem willen vergiftigen. Dan zal die niets meer willen eten of drinken tenzij het iets is wat hij zelf heeft klaargemaakt. Hij is er echt van overtuigd dat anderen, ook bijvoorbeeld zijn eigen kinderen, hem iets willen aandoen. Terwijl dit natuurlijk niet zo is.

Mensen met paranoia zijn ervan overtuigd dat anderen altijd slecht over hen spreken. Daardoor zijn ze heel onrustig, gespannen en bang. Ze kunnen moeilijk contact maken  met anderen, want ze hebben geen vertrouwen in anderen. Ook tegen andere gezinsleden zijn ze erg terughoudend.

 

LET WEL! Niet alle mama’s of papa’s die paranoia hebben, hebben last van alles wat hierboven staat.  Dit kan voor iedereen heel verschillend zijn.

 

 

  • Psychose

Mensen die een psychose doormaken, kunnen niet meer helder denken. Ze zijn helemaal in de war en weten niet meer wat echt en wat niet echt is. Dat noemen we “hallucineren” en “wanen”. We leggen hier uit wat hallucineren en wanen betekenen:


- Mensen die hallucineren, horen, zien, voelen of ruiken dingen die anderen niet horen, zien, voelen of ruiken. Bijvoorbeeld een mama ziet iemand die er niet is. Dit is voor iedereen erg verwarrend. 


- Wanen zijn ideeën of gedachten die niet echt zijn, maar waarvan men denkt dat ze echt “echt” zijn. Een voorbeeld: een papa kan ervan overtuigd zijn dat de buurman altijd meeluistert aan de telefoon. Dit is niet zo, maar toch blijft die papa overtuigd van zijn idee. Dus is hij erg bang van de buurman en vertrouwt hem totaal niet meer. Alles wat de buurman dan doet ziet die papa als een gevolg van het afluisteren van zijn telefoon.

Door de wanen en hallucinaties kunnen mensen heel bang, in de war en angstig zijn. Ze vertrouwen niet veel mensen meer. Mensen met schizofrenie kunnen ook last hebben van psychoses.

 

LET WEL! Niet alle mama’s of papa’s met een psychose hebben last van alles wat hierboven staat. Dit kan voor iedereen heel verschillend zijn.

 

 

  • Schizofrenie

Iedereen denkt wel eens dat hij een stem hoort terwijl er niemand geroepen heeft. Of denkt iemand te zien die er niet was. Mensen met schizofrenie zien en horen dingen die er niet zijn.  Maar voor hen, in hun hoofd, bestaat het allemaal echt. Wij zeggen dan dat mensen last hebben van “wanen” en “hallucinaties”, dat ze “psychotisch” zijn. Doordat mensen met schizofrenie dingen horen en zien die er niet zijn, doen en zeggen ze dingen die heel raar overkomen.

Door de wanen en hallucinaties kunnen mensen met schizofrenie heel bang en angstig zijn. Ze vertrouwen niemand meer. Mensen met schizofrenie zijn vaak erg verward. Ze doen soms onvoorspelbare en vreemde dingen. Je kan niet raden wat ze voelen of denken. Soms lijken ze heel leeg en stil vanbinnen, soms bewegen ze niet meer,of blijven heel de tijd op dezelfde manier zitten. Soms vergeten ze voor zichzelf te zorgen.

 

LET WEL! Niet alle mama’s of papa’s met schizofrenie hebben last van alles wat hierboven staat. Dit kan voor iedereen verschillend zijn.

 

 

  • Verslaving

Veel mensen drinken af en toe wel eens een biertje of een glaasje wijn. Iedereen die zich niet goed voelt omdat hij hoofdpijn of buikpijn heeft, neemt wel eens een pilletje. Maar iemand die verslaafd is, bijvoorbeeld aan alcohol, heeft het gevoel niet meer te kunnen leven zonder die alcohol. Die voelt zich enkel nog goed als hij kan drinken, of weet dat hij zal kunnen drinken.

Je kan niet alleen aan alcohol verslaafd zijn, je kan ook verslaafd raken aan allerlei andere soorten drugs en aan sommige pillen.
Bij iemand die verslaafd is, staat zijn hele leven in het teken van dat “middel” waaraan hij verslaafd is. Er is geen plaats meer voor iets anders. 
Op de duur is zijn lichaam zo gewend aan de drugs, de alcohol of de pillen dat men zich echt ziek voelt als men het “middel” niet heeft genomen.

Wanneer mensen gedronken hebben, of een drug innamen dan zegt men dat ze “onder invloed” van drugs of alcohol zijn. 
Mensen onder invloed gedragen zich vaak helemaal anders! Je herkent soms je eigen mama of papa niet meer!
Op die manier ontstaan veel problemen.
Bijvoorbeeld, je papa kan er niet meer mee om dat je mama verslaafd is en wil niet meer met haar samenwonen. Hij wil van haar scheiden.
Of doordat alles rond de verslaving draait verliest papa zijn werk en is er niet meer genoeg geld. Door de geldproblemen voelt papa zich opnieuw heel “slecht” en gaat hij nog meer drinken. 

Als mensen die verslaafd zijn beslissen om te stoppen met hun verslaving dan moeten zij “ontwennen”.
Ontwennen betekent dat mensen moeten leren dat ze zonder verslaving een leuker leven zullen hebben. Dat ze hun problemen zonder alcohol, drugs en teveel pilletjes veel beter kunnen oplossen.
Ontwennen betekent ook dat het lichaam van iemand die verslaafd was, moet leren leven zonder de drugs of alcohol. In het begin van de ontwenning voelen veel mensen zich ziek, maar met de hulp van de dokter gaat dit na een tijdje over.

 

LET WEL! Niet alle mama’s of papa’s die verslaafd zijn hebben last van alles wat hierboven staat. Dit kan voor iedereen verschillend zijn.

 

© Stuurgroep KOPP-Vlaanderen, 2012

Powered by Joomla!